Marijtje


Verzetsheldin

Tijdens de laatste oorlogsjaren waren Marijtje Wester-van Schagen en haar nog thuiswonende kinderen bij het verzet betrokken. De oudste zoons en dochter Neli waren inmiddels getrouwd en hadden kleine kinderen die niet in gevaar gebracht mochten worden. Zoon Wim was in de zomer van 1942 naar Berlijn vertrokken om daar in een fabriek te werken. In zijn memoires (1984) schreef Wim Wester de verhalen op die hij hoorde na zijn terugkeer in de zomer van 1945.

Uren luistert hij naar de verhalen over alles wat ze in de laatste oorlogsjaren thuis beleefden. Ze vertellen over het schuilhouden van Engelse piloten die zich met parachutes uit hun neerstortende vliegtuigen hadden kunnen redden. Sommigen hadden meer dan vijftig vluchten op hun naam. In de polder, onder een omgekeerd bootje op het droge hadden ze hen verborgen. Langs sluipwegen hadden ze hen, vermomd als burgervolk, naar geallieerd gebied geloodst. Hij hoorde van Amsterdammers op hongertocht die tarwepap kwamen eten. Het meest spannend vindt hij die geschiedenis van het wapendepot in de hooiberg. Vanaf het droppingsveld aan de Zomerdijk waren met een bakkerskar, verborgen onder het brood, handgranaten en stens bij hem thuis afgeleverd. Op de hooizolder van de schuur lag het wapentuig te wachten op de dag van de afrekening. Zijn moeder, broers, zusters leken hem helden. Toen die buurman, die kwam vertellen dat de zaak verraden was. Buurman die lid was van de N.S.B. of daarmee sympathiseerde. Overnacht brachten ze de wapens bij hem en zo leverde de zoekactie niets op. Met onnozele gezichten hadden ze bij het zoeken toegekeken. Vloekend waren de getipten vertrokken. Die buurman toch. Zulke mensen bestaan. Toen ze hem na de oorlog op kwamen halen protesteerde iedereen en hij had mogen blijven. Nog veel meer vernam hij. Ook van kleinere zaken als het verspreiden van illegale blaadjes, het huis aan huis voorlezen als ze maar een exemplaar hadden. Hij hoorde van valse bonnen, van knoeien met slachtvergunningen, van opeten van zaaitarwe en later beweren dat ze ingezaaid hadden maar dat de tarwe kapotgevroren was, dat de politie voor een paar kilo tarwe het spel meespeelde. En natuurlijk de achtergehouden radio om naar Londen te kunnen luisteren. Stroom hadden ze afgetapt, zilvergeld begraven en bomen omgezaagd voor brandstof. Een jongere broer was ondergedoken op Texel en was nu bij de Binnenlandse Strijdkrachten. Ze vertelden hem veel en genoten opnieuw van hun waaghalzerij. Over zichzelf vertelde Wim niet veel, dat kon later nog. Wat hem overkomen was wat stelde dat nou eigenlijk voor? Niets heldhaftigs, nog eigen schuld ook, verkeerd gekozen. Zijn moeder was een held, zij werd op het, raadhuis publiekelijk geëerd, zij kreeg een schriftelijk bedankje van de geallieerde opperbevelhebbers, een oorkonde ondertekend door Dwight D. Eisenhower en Arthur William Tedder.

Dat de wapens in een bakkerskar gesmokkeld werden was niet zo gek. De bakker kwam met zijn brood nog aan huis. Zoon Cor bracht een keer een Engelse piloot weg naar Alkmaar, met de trein. Hij moest de man onopvallend achterlaten in de spoorbuurt en mocht niet meer omkijken. Met de piloten werd afgesproken dat ze drie keer zouden toeteren bij hun volgende vlucht over West-Friesland, zodat ze daar wisten dat de terugtocht goed was verlopen. Behalve de Engelse piloten waren er nog andere onderduikers die langer bleven. Zoon Joop werd een keer teruggeroepen van zijn onderduikadres op Texel om lastige onderduikers tot de orde te roepen. In zijn memoires noemt Wim Wester een paar namen van onderduikers: 'Ted Verhulsdonck' en 'Peter'. Ted Verhulsdonck zou ook in een concentratiekamp hebben gezeten. Vermoedelijk zijn dit door Wim Wester verzonnen namen. Een latere schoonzoon, die zou trouwen met de jongste dochter Annie, had in een concentratiekamp gezeten. Zoon Jan, die leed aan een lichte hersenbeschadiging waardoor hij weinig angst kende, was betrokken bij het verspreiden van de illegale blaadjes. Na de oorlog liet hij de achtergebleven munitie exploderen in de ringvaart om vissen te vangen. Hij zag daarvan het gevaar niet in. Waarschijnlijk was de familie Wester betrokken bij de verzetsgroep "De Mandrill". Jongste zoon Joop was lid van de Binnenlandse Strijdkrachten - de 'BS' - opgericht op 5 september 1944 en ontbonden op 8 augustus 1945. De BS waren voortgekomen uit een aantal verschillende verzetsgroepen. Prins Bernhard was hun bevelhebber. Wim Wester noemt in zijn memoires dat zijn moeder na de oorlog op het raadhuis twee oorkondes ontving, een ondertekend door Eisenhower en een door Tedder. De door Eisenhower ondertekende oorkonde is in de familie bewaard gebleven.

 

Karin Wester, Hoorn, zomer 2020

 

 

Zie ook het verhaal van Tom Wester over het opblazen van de Schippersbrug in 1944

Marijtje van Schagen
Marijtje van Schagen, Wed. Jan Wester, jaren veertig
Oorkonde EisenhowerS
Certificaat ondertekend door Eisenhower
Krantartikel
Het door Tedder ondertekende certificaat wordt genoemd in een krantenberichtje in de Vrije Hoornse Courant van 3 juli 1946 (Westfries Archief)
Marijtje
Marijtje met dochters Riet en Annie in 1947
Bidprentje Marijtje van Schagen
Bidprentje van Marijtje van Schagen. Ze overleed in 1957 na een jarenlang ziekbed op 76 jarige leeftijd